Winnaars 1990 - 2012
Bekijk de winnaarsEen fabel
door
Eén
Zevenhonderd sterren in hun stelsels
die mij tot jou bekeren wilden
Jij, verder dan de lengte van een Melkweg
terwijl jouw silhouet op afstand van te dichtbij
mijn hart breekt, zoals het hoort
En o, bonkend hart, hard gebonkt op mijn hart
klopt als een vogel die van binnen fluiten wil
Laat me deze aarde bevliegen, de ruimte bewandelen
en verworden tot niets
Twee
Een enkel groot zwart gat, slurpt door een rietje
onze nachtelijke deken weg en onthult een schraal strand
vol afgeschreven afval langs deze hoge waterkant
en ik huil de rivier nog eens verder vol totdat
de tijdelijke tentenstad, het eilandkampement
verzuipt in dubbelzout water dat vermengd
met druppels van de storm nog veel bitterder smaakt
Proef de nerveuze dwangneurose van mijn hoofd
een bewegende motie van links naar rechts
Je had hier allang niet meer mogen zijn
Drie
Deze aarde heeft ons ongelovig gemaakt
alleen het pompende ritme verzekert me van leven
je zult me moeten prikken zodat ik warm voelen kan
en knijpen totdat ik blauw zie, al is een komeet genoeg
om mij te overtuigen van vallend onheil en ik
zal het noodlot dankbaar omarmen opdat ik
niet langer mee hoef te draaien omdat deze cyclus
ongecontroleerd spint en mijn voeten me niet sneller
verder willen brengen dan dat ik wens te gaan
Nasleep
Laten we een dag tegen elkaar aan liggen
hebben onze lijven nog dezelfde temperatuur?
Ik ben de middelste cycloon, halverwege de oceaan,
het overzeese vege lijf, te verwaarlozen
knoop mij op tot remslaap en ik rust binnenstebuiten
tot in de ochtend mijn ziel uit mijn mond is gekropen
Mijn zeggen is gereduceerd tot onverstaanbaar mompelen.