Home > Projecten > Kinderen en Poëzie > Tips > 10 tips om te leren schrijven

Kinderen en Poëzie

Het Poëziepaleis organiseert ieder jaar de landelijke dichtwedstrijd Kinderen en Poëzie
voor kinderen van 6 t/m 12 jaar. De 100 mooiste gedichten krijgen een plekje in een echte
dichtbundel. Door mee te doen, maak je bovendien kans op één van onze hoofdprijzen!  

10 tips om te leren schrijven

1. Je gedicht kan overal over gaan

Over kleine dingen als een fietsbel of een sok,
over grote dingen als een flatgebouw of het reuzenrad,
over mensen die je kent, je vriendje, je juf of je moeder.
In een gedicht mag je dromen, liegen, overdrijven, je
herinneren, gek doen. In een gedicht mag je zelfs zwijgen
Als je in een gedicht niet alles vertelt, kan de lezer
erg nieuwsgierig worden!

2. Je hoeft gedichten niet te begrijpen

Zelfs je eigen gedicht hoef je niet te snappen. Een
schilderij of een muziekstuk begrijp je toch ook niet?
Een gedicht mag een beetje mysterieus zijn. Het gaat
erom wat een gedicht met de lezer doet.
Krijg je er kippenvel van? Moet je er om grinniken? Vind
je het gewoon mooi en weet je niet waarom?
Of klinkt het gewoon lekker uit je mond als he het hardop leest?

3. In een gedicht speel je met woorden en klanken

Dichters zeggen de dingen net een beetje anders.
Soms zeggen ze dingen twee of drie keer zodat je
het echt goed hoort. Dichters liegen, fantaseren spreken
soms de waarheid, ze spreken in beelden en vergelijkingen.
Een zonsondergang lijkt bijvoorbeeld op een oranje pizza.
En een burgemeerster is een heer met een halsband.

4. Veel kinderen denken dat een gedicht moet rijmen

En dan schrijven ze regels op, alleen vanwege het rijm.
Bijvoorbeeld: Ik loop door het bos, en ik ben de klos.
Of :  De hemel is blauw, ik hou van jou.
Flauwe bekende rijmpjes die al tienduizend keer zijn opgeschreven.
Daarom is het vaak beter om niet te rijmen.
Eigenlijk moet je kinderen verbieden om te rijmen !
( En dat geldt ook voor grote mensen!)

5. Schrijf korte regels

Tien woorden op één regel is vaak al heel veel. 
De meeste gedichten hebben korte regels.
Met korte regels hou je een gedicht open:
Alle woorden hebben dan de ruimte, ze drukken
elkaar niet weg.

6. Schrijf korte gedichten met weinig regels

Bijvoorbeeld een gedicht van zes, tien of hooguit veertien
regels. Heb je meer regels?  Kijk wat je kunt schrappen.
Een gedicht wordt er beter van als het kort en krachtig is.

7. Sla af en toe eens een regel over. Dat heet: een witregel.

Witregels maken een gedicht overzichtelijk.
Ze geven een gedicht ruimte, de stilte die het nodig heeft.

8. Gebruik woorden die je voor je ziet

Zie je een auto? Noem het merk!
Zie je een bloem? Noem de naam!
Sommige woorden zijn zo vaak gebruikt dat ze
versleten zijn. Leuk is bijvoorbeeld zo`n woord.
Heb je leuk opgeschreven? Zet er een streep door en bedenk
een beter woord.

9. Herhaal een belangrijk woord of een belangrijke regel

Daardoor gaat je gedicht klinken als een lied,
als een muziekstukje van klanken.

10. Schrijf geen gedicht over van andere dichters

Want dan ben je een dief.
Je pakt iets van een ander en je zegt dat het van jou is!
Dat is niet sportief! (rijmt per ongeluk)

 

Meer weten?

Voorbeeld gedichten

Mijn beer Mijn beer Jonathan Daar speel ik altijd mee in bed Elke avond voor het...
Lees verder

Lesbrief Kinderboekenweek...

  De benodigdheden voor deze les zijn per leerling: een kopie van het gedicht skelter (zie...
Lees verder

Gedicht geschreven?